Waarom fractiegeldaffaire BPA slecht is voor alle politieke partijen

Het Openbaar Ministerie heeft besloten de BPA niet te vervolgen voor mogelijk misbruik van fractievergoedingen. Uit het verslag van het OM blijkt echter ook dat de huidige regels die gelden voor de besteding van fractievergoedingen misbruik niet kunnen voorkomen.

De BPA kwam in opspraak omdat enkele oud-fractieleden vermoedden dat fractievergoedingen, die uitsluitend bedoeld zijn voor ondersteuning van fractiewerk en uitdrukkelijk niet voor partijgebonden activiteiten, via een tussenpersoon in de kas van de partij terecht waren gekomen.

Het OM constateert dat twee bedrijven inderdaad forse sommen geld hebben ontvangen (voor verrichte werkzaamheden), en dat deze bedrijven flinke bedragen in de partijkas van de BPA hebben gestort.

Het rapport zegt:
“In de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2010 is een totaalbedrag van 52.644,81 euro overgemaakt op de rekeningnummers van Bolier Adviezen en R&R Accountants. Op het rekeningnummer van de BPA is een totaalbedrag van 35.250,00 euro ontvangen van rekeningnummers van Bolier Adviezen en R&R Accountants. Geconcludeerd moet worden dat feitelijk bezien meer dan de helft van de fractievergoeding uiteindelijk terechtkomt bij de partij”.

Volgens het OM kan echter niet worden bewezen dat het hier gaat om een constructie. Er is geen relatie vastgesteld tussen de betalingen aan deze organisaties door de fractie en de schenkingen van deze bedrijven aan de BPA.

Het OM constateert wel dat een aantal vragen onbeantwoord blijven en dat er sprake is van enkele opmerkelijke toevalligheden. Zo zijn diverse schenkingen gedaan vrijwel direct nadat geld door de BPA fractie was overgemaakt.

Hoe toevallig het allemaal is moet u zelf maar bepalen. Het hele verslag van het OM is hier te lezen.

Dus los van de vraag of de BPA al of niet iets fout heeft gedaan, blijkt wel dat een doorsluisconstructie wel degelijk mogelijk is. Zolang van een eventuele afspraak maar niets is terug te vinden.

En dat geldt dus voor alle partijen. Fractiegeld kan via derden in de partijkas terechtkomen. En dat is slecht voor het toch al geringe aanzien van de politiek.

Uiteraard vindt er controle plaats op bestedingen van de fractievergoedingen door fracties. Het kasboek van de partij kan daarbij niet worden bekeken. Slechts bij een gerechtelijk onderzoek, zoals nu bij de BPA, kunnen partijfinanciën worden betrokken.

Het aanpassen van de regels over de besteding van fractiegeld lost dit probleem dus niet op. Complete openheid over partijfinanciën zo een stap in de goede richting zijn. Een schone taak voor de pers die hier als waakhond zou kunnen fungeren.

Ik vind overigens dat afdelingen van lokale partijen dergelijke donaties niet zouden moeten accepteren. Al helemaal niet, wanneer die donaties afkomstig zijn van een organisatie die betaalde werkzaamheden verricht voor de fractie van die partij. De schijn van misbruik van overheidsgeld moet je altijd vermijden.

Link naar verslag onderzoek Openbaar Ministerie

5 Comments

  1. Helemaal met je redenatie eens Roland. Maar je conclusie vind ik te zwak en te politiek getint. Het voldoet wel aan de huidige regels, maar je mag wat mij betreft de conclusie trekken dat elke donatie boven de 500 euro publiek gemaakt moeten worden (en voor de geniepigers: binnen een jaar gestort). Meer dan 35.000 is zelfs in Amerikaanse verhoudingen niet normaal!

    1. Pieter, de politieke partijen kan een dergelijke verplichting niet lokaal worden opgelegd. Maar een vrijwillig te ondertekenen code kan natuurlijk wel. De partij die dat weigert heeft dan wel wat uit te leggen.
      Mar hoe meer openheid, hoe beter!

Comments are closed.

Roland Offereins © 2014