Wethouder roept onrust over zichzelf af

Bewoners rond twaalf plekken in de stad komen massaal in actie tegen de komst van een mogelijke zorgvoorziening in hun buurt. Geen van hen wil een opvangcentrum voor daklozen, aso-woningen voor onfatsoenlijke huurders, een plek voor alcoholverslaafden of een hostel voor harddrugsverslaafden naast de deur.Wethouder Van Daalen heeft een shortlist van drie locaties voor elk van de vier voorzieningen gemaakt. Belangrijke aanleiding om eerst shortlists te maken is de kritiek op het aanwijzen van één locatie voor een gebruikersruimte aan de Kleine Haag.

Veel mensen vonden dat bewoners inspraak moesten hebben over de locatie van een vestiging. De door Van Dalen gekozen methode lijkt meer inspraak te geven, maar zorgt vooral voor ruzie en onbegrip in de stad.

Bewoners zullen zich nu verweren tegen de komst van een voorziening en argumenten aandragen, waarom de locatie bij hun in de buurt niet en één van de andere plekken wel geschikt zijn.

Uiteindelijk moet alsnog de gemeenteraad een beslissing nemen over de definitieve locaties.

Wanneer de criteria voor het vestigen van de voorzieningen nu helder en in samenwerking met bewoners zou zijn opgesteld, zou er nog enige houvast zijn. Helaas zijn de criteria bewust vaag gehouden (‘anders is het te moeilijk om een geschikte plek te vinden’). Dat betekent dat bewoners de criteria ongetwijfeld anders gaan interpreteren dan de wethouder.

Als de wethouder nu met behulp van goede criteria vier locaties zou hebben vastgesteld in plaats van twaalf, dan nog zijn er vier buurten boos op de politiek. Nu zijn er twaalf buurten boos en worden ze tegen elkaar opgezet. De ‘vier’ verliezers zijn straks niet alleen boos op de politiek, maar ook op de bewoners uit de ‘winnende’ buurten.

Het is de taak van de politiek om dergelijke beslissingen te nemen en de bijkomende klappen op te vangen. Wie dat niet aandurft is geen knip voor de neus waard als politicus.

Roland Offereins © 2014