Het Parkeerfonds – deel 5: hoe nu verder?

Drastische maatregelen zijn nodig om de parkeerbegroting weer gezond te maken. Niet door het Parkeerfonds op te heffen, zoals het college wil, maar door het fonds te laten functioneren zoals het bedoeld is: een schommelfonds, dat meevallers en tegenvallers van een sluitende begroting opvangt.Daarvoor moet wel het een en ander gebeuren. Allereerst kan de opbouw van het eigen vermogen van Parkeerservice gestopt worden. Met een eigen vermogen 400.000 euro heeft deze organisatie meer dan voldoende geld in kas om te functioneren.

Daarmee vloeit direct 400.000 euro terug in het parkeerfonds en bespaart de gemeente de komende 4 jaar een bedrag van 1,2 miljoen euro.

De controle van het betaald parkeren door de politie kost ongeveer 275.000 euro meer dan wanneer een commerciële organisatie de controles zou doen. Dit wordt veroorzaakt door de lagere ‘betalingsbereidheid’ die de politie garandeert en deels door het duurdere contract.

De keuze voor de politie is gemaakt omdat een agent tijdens de controle ook andere zaken in de gaten kan houden en meer gezag uitstraalt dan een reguliere medewerker van parkeerbeheer.

Dat vind ik uitstekend, maar dat betekent ook dat deze extra kosten niet voor rekening van de parkeerbegroting moeten komen, maar ten laste van het veiligheidsbudget.

Tenslotte moet de gemeente het contract met Parkeerservice herzien. De verwachte inkomsten moeten naar beneden worden bijgesteld (vanwege de lagere resultaten van de politie) en de vergoeding die de gemeente aan Parkeerservice betaald moet daaraan worden aangepast.

Dat betekent ook dat een aantal zaken, die nu uit dit budget worden betaald, niet meer uitgevoerd kunnen worden, of vanuit een ander potje gefinancierd moeten worden.

Roland Offereins © 2014