Het parkeerfonds – deel 1: de geschiedenis

Dinsdag presenteerde de rekenkamercommissie haar rapport over het parkeerfonds. De komende dagen geef ik commentaar op diverse details uit dit rapport en zaken die er mee te maken hebben. Op 5 april 2005 hebben CDA en PvdA aan de commissie gevraagd een onderzoek te doen, omdat drie jaar op rij grote tekorten op de parkeerbegroting waren ontstaan. In totaal is er in de periode van 2002 tot 2004 meer dan 3 miljoen euro te veel uitgegeven.

Het parkeerfonds is bedoeld om schommelingen tussen opbrengsten en kosten van het parkeren op te vangen. Het uitgangspunt is dat inkomsten en uitgaven gelijk zijn, maar is er een jaar meer geld binnengekomen dan verwacht, dan gaat dat naar het fonds toe; komt er minder binnen, dan wordt vanuit het fonds bijgepast.

In drie jaar tijd is er dus drie miljoen Euro verlies geleden op de parkeerbegroting. Het college heeft in die drie jaar geen maatregelen genomen om de inkomsten en uitgaven in evenwicht te krijgen. In 2004 zijn wel maatregelen aangekondigd, maar daar is geen enkel resultaat mee geboekt.

Het gat in de begroting werd gedicht door geld uit het Parkeerfonds te halen. Vervolgens stelde het college bij de jaarlijkse behandeling van de begroting voor om het parkeerfonds weer aan te vullen.

De (voltallige) gemeenteraad heeft dat geaccepteerd. Dat gebeurde omdat een groot deel van de raad te weinig financiële kennis heeft om te kunnen beoordelen of dit een juiste gang van zaken is, maar ook omdat het college aangaf, dat de problemen van tijdelijke aard waren.

In een reactie op het rekenkamerrapport, betuigt het college spijt voor het onjuiste gebruik van het fonds. Wat ik veel belangrijker vindt om te weten, is waarom het college drie jaar lang niets gedaan heeft om de begroting in evenwicht te krijgen.

Roland Offereins © 2014