Ego’s oorzaak slechte resultaat lokale partijen in Amersfoort

De uitslag van de verkiezingen in Amersfoort wijkt opvallend af van de landelijke trend: Lokale partijen doen het slecht (van 7 naar 3 zetels) en de landelijke partijen doen het hier beter, of minder slecht, dan elders in het land. Maar is dat wel echt zo?zetels_werkelijk

De BPA viel terug van 7 naar 2 zetels. Oud BPA-er Stoelinga mag als enige lid Amersfoort 2014 vertegenwoordigen en Amersfoort Anders, ook voortgekomen uit een afsplitsing van de BPA, haalde onvoldoende stemmen om in de raad te komen.

Maar: als  BPA en Amersfoort 2014 een lijstverbinding waren aangegaan, zou BPA een zetel extra hebben gehad ten koste van OPA. Wanneer Amersfoort 2014 en Amersfoort Anders met één lijst de verkiezingsstrijd waren aangegaan, zouden zij die zetel hebben gehad.

Hadden de drie lokale partijen één lijst gevormd, dan zouden de lokalo’s zelfs 5 zetels hebben gehad. In stemmenaantal zou het de tweede partij van Amersfoort zijn geworden, Na D66 en voor de VVD. De PvdA zou dan een zetel minder hebben bemachtigd.

Het verschil tussen de lijstverbinding en één lijst wordt verklaard door de regel dat partijen die zelfstandig niet de kiesdeler halen niet bijdragen aan het totaal van de lijstverbinding.

De lokale partijen hebben dus belangrijke zetels laten liggen. Het gefragmenteerd de verkiezingen in gaan met zoveel lokale partijen, versterkte natuurlijk het beeld dat na het uiteenvallen van de BPA fractie in 2010 al was ontstaan: samenwerken is niet het sterkste punt van de heren die het voor het zeggen hebben bij deze partijen.

En daarmee straffen ze zichzelf dubbel. Als de heren van deze partijen wel hun ego’s opzij hadden gezet en gezamenlijk een sterke lokale partij hadden gerealiseerd, dan waren die kiezers wellicht niet weggelopen. Dan was het totaal ongetwijfeld hoger dan die 5 zetels geworden, in lijn met het landelijke beeld.

 

Roland Offereins © 2014